Categorie archief: nieuwsberichten

Honger hebben wij….

De familie Casier – Dewilde verbleef van december 1917 tot januari 1919 op het kasteel Lummerzheim. In december was dit met drie volwassen vrouwen en 18 kinderen.

Oorlog stond gelijk aan honger. En daarom wil ik jullie vertellen hoe mijn oma en haar familie toch aan eten kwam.

In januari 1918 was er goed nieuws tussen alle ellende. Dit alles en nog veel meer lees je in het nieuwe stukje “Alice Casier : december 1917 – januari 1918″

Een virtuele monumentendag …

Toen ik vond dat het kasteel Lummerzheim ontworpen werd door architect Geo Henderick zocht ik deze op in google. Ik vond een lijst van bestaande gebouwen en de verwijzing naar een boekje over de architect. Deze zomer reed ik naar Gent. Mijn plan was om  in het Design Museum het boekje te kopen. Ik dook de stad in en liep verloren in de kleine straatjes. Toen ik vaststelde dat ik de weg kwijt was, zag ik een heel mooi kleurrijk gebouw.  Ik nam een foto en keerde op mijn stappen terug.

Sluizeken nr 8, Gent (foto : redstarlinezoeker)

Het designmuseum vond ik.  Helaas het was gesloten.

Thuis zocht ik informatie op over het gebouw op de foto en tot mijn verbazing kwam ik terecht bij Geo Henderick. Serendipiteit!

Meer over het kasteel en de architect lees je op de pagina “kasteel Lummerzheim

Meter Alice

Foto’s bekijken, dagboeknota’s herlezen, extra info zoeken,… maar ook het veld in trekken, letterlijk. Waar woonde meter Alice als ze kind was? 

De Kruisstraat dat was de straat of toch niet!

Op het tweedaagse kermisprogramma van koeke-zondag  11 juli 1897 vonden we het antwoord.

Theof. Casier = vader van Alice Casier

Verdere duiding vind je onder de pagina Handzame 1914 – 1917

 

Meter Alice : 1915

In stukjes en beetjes leer ik het geboortedorp van mijn meter Alice kennen. “Handzame”  

Ik bezoek het kerkhof en vind er heel veel graven met de naam “Dewilde”, enkele met de naam “Casier”.

Ik vind er ook het graf van Prudence Dewilde met haar eerste man Cyriel Casier.

Het grafzerk is een  stamboom op zich. Onderaan zie je de namen van haar eigen ouders staan : Leo Dewilde en Barbara Dewilde.

(foto : redstarlinezoeker)

Onder het verhaal zet ik terug een stukje muziek.

Ik kies voor “When I’ am laid in earth” van Purcelli gezongen door Simone Kermes. Het is een heel, trage versie.

 

Lees ondertussen verder het verhaal van Alice Casier door hier te klikken.

Een lang weekend, mooi weer,..  tijd voor een streepje muziek.

Vertellen over iemands leven kan op heel verschillende manieren. Met de hulp van officiële documenten, aan de hand van foto’s, dagboeken..

Een totaal andere wijze is die van Suzanne Vega. Over het leven van Carson McCullers maakte ze de LP “Lover, Beloved : Songs from An Evening with Carson McCullers”.

Ik laat ze zelf vertellen over dit project. Of ga onmiddellijk naar het tweede filmpje waar Suzanne “New York is my destination” zingt.

 

De laatste puzzelstukjes….

Bij de start van mijn opzoekingen over mijn opa Jules Pype had ik mezelf een lijst gemaakt van 10 vragen.

  1. Wanneer vertrokken naar de Nieuwe Wereld?
  2. Waar precies in de VS heeft opa verbleven?
  3. Wie kende hij er? Woont er nu nog familie?
  4. Met welk schip en vanuit welke haven is hij vertrokken?
  5. Waar heeft hij gewerkt?
  6. Hoe, waar en wanneer heeft hij zijn vrouw ontmoet?
  7. Wanneer en hoe is hij terug naar België gekomen?
  8. De foto van opa met zijn legerkostuum  : Hoe, wat, waar,….?
  9. Hij was lid van The American Legion. Wat is dat?
  10. Wie waren de doopmeter en dooppeter van zijn eerst kind, Cyriel Pype?

Vraag 8 bleef ten dele onopgelost tot voor enkele weken.

Jules Pype 1918 (foto : redstarlinezoeker)

 

Op de keerzijde staat POST CARD en Deze foto kan altijd worden verkregen van ? photo CO. LOU.  KY

LOU. KY betekent Louisville, Kentucky en bracht ons samen met zijn naturalisatiebewijs bij Camp Zachary Taylor. 

Het eerste deel dat loopt van 23 juli 1918 tot zijn vertrek uit het opleidingkamp kun je lezen onder een nieuwe pagina : Jules 1918 (1).

 

OER de wortels van Vlaanderen

Vakantie en dus  tijd voor een UIT – tip.

In het Caermersklooster in Gent is er een bijzonder, mooie tentoonstelling over de Vlaamse kunst van 1880 tot 1930. 

OER

De meeste stukken komen uit privébezit en worden voor het eerste getoond aan het grote publiek.  

Kunstenaars als Gustave Van de Woestyne, Emile Claus, George Minne, Valerius De Saedeleer verlaten de vervuilde industriestad Gent, want in deze tijd waren de fabrieken IN de stad. 

In de Leiestreek ademen ze vrij en zoeken ze hun “roots”.  De ene schildert de rijpe korenvelden, de andere een winterlandschap of een karakterkop van een boer. 

De Eerste Wereldoorlog is een breuklijn. Vlaamse kunstenaars komen in contact met de buitenlandse stromingen. Gust De Smet, Frits Van den Berghe, Constant Permeke en Edgard Tytgat halen un inspiratie ook uit het volkse leven en vullen deze aan met kermissen, circussen,…

 
Het schilderij op de affiche van de tentoonstelling OER is één van de drieluiken van Gustave Van de Woestyne en dit schilderij sprak mij in het bijzonder aan. Zo anders dan Permeke die de zaaier schildert met donkere, aardse kleuren. 

Constant Permeke (1939)  “De Zaaier”

Deeske, “de slechte zaaier” van Gustaaf Van de Woestyne is een weerspiegeling van de boer – archetype. Hij schildert Deeske tegen een gouden achtergrond. Hij tilt het primitivisme van de boer op tot het spirituele, zoals de Middeleeuwse iconen. 

Gustaaf Van de Woestyne 1908 “De slechte zaaier”

 Het tijdschrift Openbaar kunstbezit Vlaanderen heeft een speciale editie over Oer. De tentoonstelling loopt tot 6 augustus 2017 en is een echte aanrader. 

 

De tweede reünie in het Red Star Line museum

De reünie ligt al weer twee weken achter ons. We konden kennismaken met andere vrijwilligers en mensen die een schenking deden aan het museum, verhalen beluisteren in de zaal en/of deelnemen aan een rondleiding door het museum. We kregen de ” Passenger” met als thema crew en cruises

Ik heb geluisterd naar de verhalen in de zaal.

Er waren de verhalen die aansloten bij de tentoonstelling van de cruises schepen  zoals dat van de kapper van de SS Belgenland. In voorbereiding op van de tentoonstelling van oktober 2017 kwamen er twee manen vertellen over hun familie in Argentinië.

Het verhaal dat bij mij de meeste indruk naliet was dit van Rosy Van Houcke.

The American Dream? Niet altijd…

 

Ik laat jullie ten slotte luisteren naar de mooie jazzversie van deze Summertime door  Ella Fitzgerald.


Summertime
Zomertijd, en het leven is eenvoudig

De vissen springen en het katoen groeit goed

oh. Je pa is rijk en je ma ziet er goed uit

dus stil kleine baby, huil maar niet.
En op een morgen, wordt je zingend wakker

je slaat je vleugels uit, en gaat de wijde wereld in

Maar tot die morgen, kan niets je raken

Met papa en mama aan je zij
Maar tot die morgen, kan niets je raken

Met papa en mama aan je zij aan je zij.
Van het levensverhaal van Rosy zal een musical gemaakt worden door de jongeren van het Brussels conservatorium. We houden jullie op de hoogte als het zo ver is.

wevers en spinners 1840 _ 1850

Toen ik op zoek ging naar de grootouders van mijn eigen betovergrootmoeder Barbara D’hulster stelde ik vast dat er vaak op de huwelijksakte als beroep vermeld stond “wever / spinster”

Ik vond dat er in het arrondissement Roeselare in 1840 1 op de 2,1 beroepsbevolking wever of spinster was.(*)

Maar dit waren in de jaren 1840 – 1850 geen winstgevende beroepen. 

Kathe Kollwitz “opstand van de wevers 1893 1897               (foto  redstarlinezoeker)

De traditionele huisindustrie ging verloren en er kwamen fabrieken in de plaats. De wever – kortwoonders  die één getouw had, een eikenhouten van vader op zoon, moest zijn vlas op krediet kopen bij de landbouwer. In de zomer moest de wever met zijn gezin op de akker of bij de landbouwers werken als dagloners.

Er waren ook wevers die werkten voor handelaars en fabrikanten. Bij de mechanisatie gingen ze werken met mechanisch garen in plaats van met het ter plaatste gesponnen garen. 

Dan had je ook nog de wever-fabrikant en de wever – landbouwer. Ik veronderstel dat mijn voorouders wever – kortwoonders waren (1800 _ 1850) of dat ze in de weverij werkten in de stad (1850 ev). In die jaren leefde men van roggebrood, aardappelen, karnemelk. Vlees en vis was er nooit in huis.  Het was meestal de man die weefde, de vrouw spint en verricht het huishoudelijk werk. De oudste kinderen maakten kantwerk (in de kantschool) of werken bij de landbouwers.

Door de mechanisatie verliezen veel gezinnen hun inkomsten en zijn ze aangewezen op de hulp van de Weldadigheidsbureel. Deze werden in 1925 vervangen door de COO’s (Commissies van Openbare Onderstand en later de OCMW’s).

Kathe Kollwitz “de kinderen van Duitsland lijden honger” (foto : redstarlinezoeker)

In 1845 was één inwoner op de vijf in West-Vlaanderen ten laste van het Weldadigheidsbureel. 

De oorzaak was de teleurgang van de linnenindustrie, de hongersnood door de aardappelziekte (1846 1847) en de roste kanker genoemd onder de rogge en tarwe. 

Wat de mensen toen allemaal aten ipv de aardappelen en het brood wil ik jullie hier besparen. 

Maar het was vooral de soep die de mensen op de been moest houden. 

Een recept uit deze tijd was : drie liter water, een half pond rijst, een half pond brood, twee ponden aardappelen (als die er waren), een ons en half zout, een liter melk. 

Doch wie niet genoeg te eten had, viel te prooi aan de “Vlaamse ziekte” of de hongerkoorts. 

Maar of dit nog niet voldoende was, volgde er nog een derde bedrijf van het drama in deze periode “de tyfus-epidemie”. Deze verspreidde zich over geheel Europa in 1846 tot juli 1848.

Kathe Kollwitz “dood” (foto : redstarlinezoeker)

De sterkere wevers gingen naar de Franse grens waar ze gemakkelijker werk vonden en hogere daglonen werden uitbetaald bij de fabrikanten. 

Of ze gingen overzee : naar Guatemala, Brazilië, Noord-Amerika. De eerste Belgen trokken naar het stadje St. Marys gelegen in Pensylvanië. Het waren landverhuizers van Wakken, Sint-Baafs-Vijve, Machelen, Oeselgem en Ingelmunster (44 man) die in september 1849 vertrokken vanuit Antwerpen.

Vele anderen zullen volgen. 

Kathe Kollwitz “brood” (foto : redstarlinezoeker)

Wanneer je dus vandaag of morgen met een buur of een kennis een gesprek heb over wat er vandaag slecht gaat in onze economie, dan is het niet uitgesloten dat hij of zij een afstammeling is van een wever die tijdens de slechte jaren nauwelijks aan de hongersdood is ontsnapt.
(*) De slechte jaren 1840 1850 in het arrondissement Roeselare – Tielt, Jozef Devogelaere. (1982)