Pype Jules Vanderiviere Marie 1920 – …

Op 30 december 1919 ben ik eindelijk terug bij mijn ouders in Staden. Mijn enige broer Cyriel, is gesneuveld tijdens de oorlog en dat doet me zeer veel verdriet. Mijn geboortedorp is onherkenbaar geworden: mensen wonen er in tijdelijke barakken. Iedereen hoopt op betere tijden en ik herneem mijn leven zo goed en zo kwaad als ik kan. Maar ik blijf dromen om terug naar Amerika te gaan…”
 

In 1920 leer ik Marie Vanderiviere kennen. Ze is afkomstig van Hooglede/De Geite, een naburig dorp en weet wat hard werken is. Marie heeft de zorg over haar vier broers en vader Amandus, sinds het overlijden van haar moeder in 1911. Haar oudere zus Renilde is gehuwd en is vroedvrouw. Twee van haar broers hebben gevochten tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront. Marie heeft tijdens de oorlogsjaren verbleven in Tomblay, op 30 km van Parijs. Ze woonde en werkte er bij de familie Depellisier.

Marie is geboeid door de verhalen van “mijn” Amerika. 
 

Op 28 april 1920 beloven we voor de schepen en dienstdoende burgemeester Cyriel Vermeulen  van Hooglede dat we elkaar in lief en leed zullen steunen als man en vrouw. Ons huwelijk werd correct afgekondigd op 18 april 1920 in Hooglede en Staden. Mijn beide ouders zijn aanwezig en de vader van Marie. Pierre Meersseman, 45 jaar en drukker afkomstig van Hooglede en Achiel Pieters, 42 jaar en bediende van Hooglede zijn onze getuigen.

 
Twee dagen na ons huwelijk vragen we bij de Amerikaanse Ambassade in Gent onze paspoorten aan voor Amerika.
In Gent verklaar ik dat ik geboren ben in Staden en dat ik van 15 maart 1913 tot 19 december 1919 in Moline heb verbleven. Op 30 december ben ik aangekomen in Staden bij mijn oude vader. Natuurlijk leg ik mijn Amerikaans paspoort voor en mijn huwelijksakte van 27 april ll.
 

Ik heb hen verteld over mijn legerdienst bij het Amerikaans Leger en dat ik was aangekomen in Frankrijk in de haven van Boulogne. Schrijven ze dat wel op mijn paspoort dat mijn eindbestemming Frankrijk was. Ik heb hen bij het ondertekenen van het document  gezegd dat ik bij mijn vader ben aangekomen in december van vorig jaar. 

Aan Marie vragen ze niet veel of het is haar naam, geboorteplaats en datum.  Ik moet zelf een kort medisch onderzoek ondergaan. Zo noteren ze op het paspoort dat ik blauwe ogen heb, een rechte neus, een ovaal gezicht en bleek van huidskleur ben.  Ik meet 5 feet en 8 inch (1,72 meter) en als bijzonder kenmerk schrijven ze : bruine snor. 

De Amerikaanse consul C.R. Nazmitte ondertekent het document. 

 

Op 5 mei huwen we in de noodkerk van De Geite / Hooglede en op 19 mei 1920 is er het grote afscheid. We sporen richting Antwerpen en wandelen te voet naar de kaai. Er is een plaatselijke agent van de Red Star Line bij ons. Hij zorgde voor de tickets voor de boot en het treinticket naar onze eindbestemming. Onze bagage leveren we in bij de agent en hij zal ervoor zorgen dat deze naar het juiste schip wordt gebracht. Ik heb er alle vertrouwen in. Marie kijkt haar ogen uit. Het is voor haar de eerste reis naar het Nieuwe Land.  Wij zijn gelukkig met elkaar maar ik voel toch een zekere spanning.  Het lijkt zo definitief dit afscheid.

Voor het eigenlijke vertrek hebben we de medische controle die doorgaat in de gebouwen van de Red Star Line aan de Rijnkaai. 
 

We varen met de SS Kroonland van de Red Star Line naar New York. 

Het is de tweede afvaart van de Kroonland vanuit Antwerpen na de EersteWereldoorlog.  Er zijn 242 1ste klasse passagiers mee, 310 2de klasse en 876 3de klasse.  Er staan 316 bemanningsleden op de lijst.  Onze kapitein is Charles Newman. 

Op zaterdag 29 mei was er een mooi concert op de boot. Wij konden de muzikanten niet zien maar wel horen. Er was zelfs een typisch, oer-Vlaams / Nederlandstalig liedje bij.  „Het hutje bij de zee”  We kregen de tranen in de ogen. Heimwee?
 

Op maandag 31 mei komen we na een reis van 13 dagen aan in NY. Ik en mijn vrouw worden dubbel geteld op de lijsten van de rederij.  Wij staan ingeschreven op nr 890 en 891 als Pijpe Jules en Pijpe Marie.  en onder nummer 916 en 917 als Pype Jules en Pype Marie.

Ik had bij de aankomst op Ellis Island niet onmiddellijk mijn paspoort getoond. Toen ik mijn paspoort toonde begon de ambtenaar op een ander blad te schrijven en haalde hij de eerste gegevens door.  De titel van het blad was „List of United States Citizens”.  Ik had nl mijn Amerikaanse nationaliteit bekomen op 17 augustus 1918 in de staat KY en Marie en ik waren gehuwd waardoor Marie voor de Amerikaanse overheid onmiddellijk Marie Pype (Pijpe) werd en Amerikaans staatsburger.

Marie en ik gaan in het kleine dorp Mount Clemens wonen bij Detroit. Het leven is er hard maar we hebben elkaar,… en de liefde. 
 

Onze eerste zoon wordt op 18 maart 1921 geboren. We geven hem de naam Cyriel, als eerbetoon aan mijn overleden broer.”

 

 
Als onze kleine Cyriel zeven maand oud is, willen we naar het Oude Land reizen en vragen we in Washington een paspoort aan op 12 november. Ik heb dan 9 jaar in Moline gewoond en 1 jaar in Mt Clement. 

Eugene Corneillie, die ik al verschillende jaren ken, is getuige en verklaart dat ik Jules Pype ben met vrouw en kind.

Eugene is geboren in Rumbeke op 30 april 1892. Hij was in 1912 vertrokken naar de VS. Hij heeft in Mt Clemens en Detroit gewoond. Hij werkte ook bij de Holland Sugar Factory. Hij is eerder dan ik bij het Amerikaans Leger gegaan en heeft gevochten in Frankrijk van juli 1918 tot april 1919. In 1919 was hij net als ik terug in België om zijn vader te bezoeken en te huwen met Emma Vandermeersch. 
 

Op 1 december ontvang ik onze goedkeuring en op 3 december 1921 vertrekken we met de kleine baby vanuit New York met de Red Star Line terug naar België. 

We gaan in Hooglede, De Geite wonen waar we een boerderij met koeien, varkens, één paard en veel landbouwgrond kopen. 
 

Elke donderdagvoormiddag rij ik met de fiets naar mijn geboortedorp Staden.  Daar is sinds mensenheugenis de wekelijkse markt. Ze verkopen er groenten, fruit, vis,.. en er is ook een dierenmarkt. Marie en ik verlaten de boerderij niet veel.

We krijgen nog 5 kinderen, waaronder één tweeling. Deze zal op de boerderij blijven wonen. Onze dochter Zoë en onze zonen wonen in onze nabijheid.
 

 

Mijn schoonbroer (broer van Marie) vertrekt naar Canada Ontario en de oudste zoon van mijn dochter Zoë gaat na de tweede wereldoorlog ook richting Canada.  We houden contact en schrijven soms een briefje of een kaartje.  

Zelf heb ik geen spijt terug naar België te zijn gekomen. Voor Marie en ikzelf is “oost, west, thuis best” onze lijfspreuk.

http---signatures.mylivesignature.com-54494-123-CBD1235E838058052ACC32E7EE0E5C76

© 2016, ANNdeMARIA.  All rights reserved.

Geef een reactie