Charles Vanderiviere (1869)

° Hooglede, 27 oktober 1852
+ Hooglede, 7 juni 1879

portret van een Zouaaf : Amedeo Modigliani

Charles besloot in 1869 om zich aan te sluiten bij de Zouaven, het Leger van de Paus. Midden van de 19de eeuw zag de kaart van Italië er totaal anders uit dan nu. Je kon de laars in volgende stukken verdelen van het noorden naar het zuiden

– in het noordwesten : Het koninkrijk “Piëmont”

– in het noordoosten : Lombardië en Venetië onder Oostenrijks regime

– in het midden : de onafhankelijke Hertogdommen Parma, Modena en Toscane

– daaronder : de Pauselijke Staten als een onafhankelijk rijk

– in het zuiden : Het Koninkrijk der beide Siciliën

Pauselijke staten 1860

De geschiedenis van de Zouaven draait rond de Pauselijke Staten : anderhalf keer België, 5 milj. inwoners.

Rond 1850 ontstond er een beweging (Risorgimento) die streefde naar het tot stand komen van een Verenigd Italië. Grote voorvechters van deze beweging waren Giusseppe Garibaldi en koning Victor Emmanuel II van het koninkrijk Piëmont. De in 1846 verkozen paus Pius IX dacht er niet aan ook maar één stukje van zijn land af te staan.

Paus Pius IX

De paus kreeg in de eerste jaren steun van het leger van de Franse keizer Napoleon de Derde. Toen deze steun verminderde deed de paus een beroep op katholieke jongeren van Europa. Naast het inzamelen van fondsen voor de Romeinse staatskas via oa een lening of het kopen van een Sint-Pieterspenning, trokken priesters de straat op om de Pauselijke oproep te brengen bij de jonge, Katholieke mannen. Op 17 april 1860 stonden de eerste Belgische kandidaten in Brussel en tegen september 1870 zullen dat er meer dan 5.000 zijn (Belgen en Nederlanders).

Op 12 september 1860 bevonden Rome en Piëmont zich in staat van oorlog.

De gevechten en rustiger periodes wisselden zich af tussen 1860 en 1869.

In 1868 beslistte Charles als enige man van Hooglede om in te gaan op de oproep van de Paus. Hij was dan nog geen 18 jaar en moet de toestemming van zijn moeder krijgen en een aanbeveling van de priester van het dorp.

Op donderdag 7 januari 1869 kwam Charles aan te Brussel.

Sinds 1860 was er in drukke periodes elke donderdag een konvooi naar Rome. In Januari 1869 was er maar één op de eerste donderdag.

In Brussel was  de medische keuring, de administratieve afhandeling en de ontvangt van de reisdocumenten. Dit was een militair paspoort dat gold als reisdocument.

Een zouaaf moest ongehuwd zijn (of weduwnaar), katholiek en een verklaring van goed gedrag van de plaatselijke pastoor kunnen voorleggen.

De diensttijd (= Feuille d’Enrôlement) bij de Pauselijke Zouaven bedroeg 2 jaar.

Hun strijdkreet was : “de zaak des pausen is de zaak van God”.

Op vrijdagavond 8 januari vertrok Charles naar Rome met enkele streekgenoten :

Aloïs Beenaert (Ooigem) ,

Henri Vantomme (Tielt) ,

Benoot Demaerle (Reningelst) ,

Gustaaf Fernande (Brugge)  en

Joseph Lams ( Brugge) .. meer dan 30 man.

De reis ging over Parijs naar Marseille (2 dagen en 2 nachten).

route door Frankrijk

En dan per schip naar Civita- Vecchia.

was in 1869 : bootreis

“We hadden het nog slimmer als de beesten. Nacht en dag moesten we op het dek blijven. Des nachts krompen we in mekander van de koude .. niet eens konden wij een stukje zeildoek krijgen. Het eten was slecht. Er werden op dek van zulke blikken bakken met eten gebracht en dan moest men daar met 1O man om aan het schaften. Lepels, vorken en messen zag men niet en zij wilden het ons ook niet geven” (dagboek van Cornelis Witte Texel 1837 – 1925)

De totale reis nam 5 dagen in beslag en kostte 75 frank.

In Civita- Vecchia kreeg Charles en zijn reisgezellen hun eerste Romeinsche geld. De soldij bedroeg 16 ct per dag (3 Romeinse bajokken) en ze werden om de 5 dagen uitbetaald. Ze kregen er een goed onthaal, eten en drinken.

treinroute Italië

Op woensdag 13 januari 1869 kwamen ze per spoor aan in Rome

Na een strengere medische keuring, kregen ze hun wapennummer en het matricule nummer en hun uniform van de Pauselijke Zouaven.

Op 11 april was het feest in Rome ter gelegenheid van de verjaardag van de eerste mis van de Heilige Vader.

Amaat Vyncke, een zouaaf afkomstig uit Roeselare, schrijft hierover aan zijn ouders.
“Geheel de wereld had offranden naer Roomen (=Rome) gebragt… Monterotondo had een groot stuk oude wyn gegeven… Mentana had eene menigte zakken graen gebragt, Rocca di Papa kolenen aerdappelen, Velletri 500 flesschen wyn van eerste kwaliteit, .. grooten wagen bloemen… papier… tabak, .. kazen,… schapen,…hespen, tonnen olyfolie, likeuren, boonen, ryst, koffy, suiker, fruit,..80 peerden, kelk, … misgewaed,.. en de zouaven alleen gaven boven de 15 000 fr.

Geheel de Sint Pieterskerk was van boven tot beneden, gespannen met roode tenturen met vergulde boorden….

’s Avonds om 4 uren stonden er omtrent duizend militaire zangers, tusschen honderd duizend aenschouwers op het Sint-Pietersplein geschaerd.

’s Avonds om 8 uren was er vuerwerk op den berg waer den H. Petrus gekruist is geweest.”
Amaat lag in Monterotondo op een kleine 30 km van Rome.”

Charles lag te Tivoli en omgeving.

Dit was ook op ongeveer 30 km van Rome. Zijn companie telde 117 man.

Amaat schrijft in een andere brief : “hier is het altyd hetzelve eentoonig leven der berggarnizoenen”. “Bidt, als ’t u belieft, omdat ik toch zou mogen door daden toonen waerom ik naer hier gekomen ben”. We kunnen veronderstellen dat het bij Charles niet anders was.
Half mei trokken Charles en zijn compagnie vanuit hun garnizoen te Tivoli, Subiaco en Arsoli terug naar Rome. Het was toen erg heet.
Het bataljon was van dienst op 16 en 17 juni bij de feestelijkheden van Pius IX

Op 20 juni waren er verschillende muziekuitvoeringen op verschillende pleinen in de stad.
Als er geen feestelijkheden waren, geen militaire wandelingen, geen nieuwe rekruten dan maakten de mannen soms een reisje naar de bijzonderste garnizoenen van de Pauselijke staten. Amaat beschrijft z’n reis in zijn brief van 2 juli aan zijn ouders. De route gaat via Aquapendente, Montefiascone, Bagnoriea, Tivoli, Civita Castellana enz gaat. Ze doen de reis te voet en het zal 14 dagen duren. Zouden Amaat en Charles elkaar ontmoet hebben?
De opening van het Concilie en bij het defilé van 8 december 1869 waren Charles en zijn vrienden terug van dienst.

Felix D’Hoop, een zouaaf afkomstig uit Tielt, schreef hierover in een brief van 17 december 1869
“Men kan er zich geen gedacht van maken, als men het niet gezien heeft en bijgewoond. Er waren over de 700 bisschoppen en kardinalen. Alleman was bijna onder de wapens die dag, voor het geval er troebels waren. In de Sint-Pieters drunde het wat stijf, en er waren er die meer riepen dan nodig was van den drum, maer de gendarmen pakten er enigte bij d enekke, en de kas binnen! Dat waren mannen die geren van hunder neuze zouden gemaekt hebben”.


(wordt vervolgd)