Alice Casier : 1914

In augustus 1914 ben ik 16 jaar. Ik heb net mijn verjaardag achter de rug, zijnde 7 juli.
Op 4 augustus luidden de klokken in Handzame. De oorlog is uitgebroken. Op 31 juli hadden alle opgeroepenen hun regimenten moeten vervoegen.

Samen met mijn grote zus Germaine van 17 jaar zorgden wij voor onze broers en zussen. Mijn moeder (H)Ermenie was zwanger.

Annelies Slabbynck (foto : redstarlinezoeker)

Mijn broertje  Michel Leonard werd geboren op 5 augustus om 11 uur ’s avonds in ons huis in de Kruisstraat te Handzame.

geboorteakte Michiel Leonard Casier (1914)

Wij vernamen eind augustus dat er een 50 tal vluchtelingen aangekomen waren in Zarren, een buurgemeente van Handzame. Men deed er een omhaling voor beddengoed en voedsel. Op 2 september volgde nog een trein met 87 vluchtelingen. De meeste mensen kwamen uit de driehoek Leuven-Brussel-Mechelen. Ze werden ondergebracht in het Gesticht St. Jozef. De volgende dag waren er dan 2000 die verder reisden naar Veurne.
Opvallend was ook het steeds groeiend aantal treinen met militairen dat Frontwaarts trok.

Op 10 september kregen de vluchtelingen in Kortemark (ook een deelgemeente) de kans om kosteloos uit te wijken naar Engeland.

Ondertussen ging het niet goed met mijn kleine broer. Hij overleed als hij anderhalve maand was op 28 september.

Annelies Slabbynck (foto redstarlinezoeker)

Mijn ouders, grootouders en familie (zie voorstelling) bleven in hun huis wonen terwijl veel mensen uit Handzame richting Frankrijk trokken.

Het was al oktober 1914 toen de Duitsers op onze streek kwamen. Op 16 oktober zagen we ze marcheren door Handzame richting IJzer. Het waren er zoveel dat de wegen 2 uur versperd werden. Op 18 oktober waren de Duitsers weg uit Handzame… maar niet voor lang.

Maurits, mijn neef van 7 jaar, was op die 18de  oktober met zijn moeder, tante Prudence aan het werk op hun bietenveld. Ze zagen er een Duitse soldaat met een paard. Het paard mankte en was geschoten in de bil. Het bloede. Die soldaat vroeg de weg naar Handzame aan tante Prudence .

route Handzame – Misplaareik (Staden)

De volgende dag ging tante Prudence met mijn nicht Celine te voet naar onze grootouders die in de Roeselarestraat woonden in Staden. Ze kwamen voorbij de Mispelaareik (Staden). Ulanen (Duitse soldaten ) hadden er burgers doodgeschoten. Ze lagen op een hoop, afgedekt.

Mijn grootouders, David en Barbara, waren er met de schrik vanaf gekomen.

Na deze gruwelijke feiten, vertrokken veel van onze buren naar Frankrijk. Mijn ouders en hun familie stelden het steeds uit en zo kwam het dat we moesten samen leven met de Duitse soldaten. Handzame kwam achter de frontlijn te liggen in Duits bezet gebied, net als Staden waar mijn grootouders woonden.

Bij ons was het café en ook bij nonkel Henri. De Duitsers waren er binnen gekomen nadat ze hadden staan eten buiten op de straat. Ze wilden in het café hun afwas doen. Nonkel Henri, tante Prudence en de kinderen waren gaan schuilen achter hun huis. De Duitsers vonden hen. Ze moesten allemaal terug in huis komen. Nonkel werd afgetast en zijn geld afgepakt. Mijn nicht Celina moest een knoop aan een soldatenjas naaien. Ze vertelde mij dat ze dat gedaan heeft maar dat ze heel bang en verlegen was.

Op 1 november werden wij overrompeld met Duitse soldaten. Ook bij ons werden ze ingekwartierd.
Ons dorp werd een echte soldatendorp. Moeder waste voor hen en ze kwamen in het café een pint pakken. Bij nonkel Henri lieten ze hun haar knippen en hun baard scheren want hij was een barbier.
Dank zij het café en het kantwerk dat wij maakten voor de Duitsers bleven we van de grootste armoede gespaard. Kantklossen was iets dat ik, mijn zussen en alle nichtjes konden. We hadden het voor de oorlog geleerd op school.  In de voormiddag hadden we les en in de namiddag leerden de zusters ons kantklossen.  De Duitsers waren er erg nieuwsgierig naar en stuurden onze werkjes naar hun familie in Duitsland.

En zo werd het Kerstmis 1914. Wij vierden het met de familie en de Duitse soldaten bij onze buurman Aloïs Vandewiele. Hij was ook herbergier.  Wij, kinderen, kregen chocolade en al wat goed was en wat we nog nooit gezien hadden.

Bovenal hoopten we toch dat deze oorlog vlug voorbij zou zijn.